noorder – Català–Nederlands translations

🇳🇱 nl ca

Noor noun

  /noːr/ , /no̝ːr/
  • 1. een inwoner van Noorwegen
noruec

🇳🇱 nl ca

der article

  /dər/ , /dɛr/
  • 1. genitief meervoud van het bepaalde lidwoord de, het
  • 2. genitief en datief vrouwelijk enkelvoud van het bepaalde lidwoord de
el
Wiktionary Links