Nederlands English
Arabisch /ɑ'rabis/
  • 1. een taal oorspronkelijk van het Arabisch schiereiland en de taal waarin de Koran gelezen hoort te worden
Arabic
Arab /ˈɛɹ.əb/, /ˈæɹ.əb/, /ˈeɪ.ɹæb/
Arabisch /ɑ'rabis/
  • 2. een van het Aramitisch afgeleid alfabet dat gebruikt wordt voor het schrijven van het Arabisch, Perzisch, Pashto, Urdu en Oeigoers
Arabic
Arabisch /ɑ'rabis/
  • 1. verwijzend naar de Arabische taal,cultuur,het alfabet of Arabië
Arab /ˈɛɹ.əb/, /ˈæɹ.əb/, /ˈeɪ.ɹæb/
Egyptisch Arabisch
  • 1. vorm van Arabisch gesproken door 64 miljoen mensen in Egypte
Egyptian Arabic
Golf-Arabisch /ˌɣɔlfaˈrabis/
  • 1. vorm van het Arabisch
Gulf Arabic
Gulf Spoken Arabic
Khaliji
Tunesisch Arabisch
  • 1. vorm van Arabisch gesproken door 11,2 miljoen mensen in Tunesië
Tunisian Arabic
Hidjazi-Arabisch /hɪˌdʒaziaˈrabis/
  • 1. vorm van Arabisch
Hejazi
Hejazi Arabic
Hejazi Spoken Arabic
Hijazi
Hijazi Arabic
Hijazi Spoken Arabic
Algerijns Arabisch
  • 1. vorm van Arabisch gesproken door 30 miljoen mensen in Algerije
Algerian Arabic
Marokkaans Arabisch
  • 1. vorm van Arabisch gesproken door 21 miljoen mensen in Marokko
Moroccan Arabic
Nadjdi-Arabisch /ˌnadʒdiaˈrabis/
  • 1. een vorm van het Arabisch die door ongeveer 8 miljoen mensen vooral in Saoedi-Arabië wordt gesproken
Najdi Arabic
Najdi Spoken Arabic
Judeo-Arabisch
  • 1. Joodse vormen van het Arabisch gesproken door 500 duizend mensen in Israël en sporadisch in andere delen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika
Judeo-Arabic
Tsjadisch Arabisch
  • 1. vorm van Arabisch gesproken door 1,1 miljoen mensen in Tsjaad en naburige landen
Chadian Arabic
Arabisch Schiereiland Arabian Peninsula
Arabisch cijfer Arabic numeral
Wiktionary Links