aanloop – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

aanloop noun

  • 4. een inleiding
introduction, preamble
  • 1. het op gang komen
lead-in
  • 3. een loop of tred voorafgaand aan een sprong, duik, enzovoort
run-up
  • 2. het op toeren komen van een aandrijfmotor, machine etc.
running-in
  • 5. bezoek
visitors
Wiktionary Links