afgeven – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

afgeven verb

  /ˈɑfɣevə(n)/
  • 1. achterlaten op de plek van bestemming
deliver, leave
  • in te delen vertalingen
complain
  • 2. bij aanraking een substantie afscheiden
run
Wiktionary Links