afvallen – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

afvallen verb

  / ˈɑfɑlə(n) /
  • 4. vallen vanaf een hoger gelegen plek
fall off
  • 3. ontrouw worden aan zijn geloof
apostatise
  • 1. gewicht verliezen.
lose weight
Wiktionary Links