agree – English–Nederlands translations

🇬🇧 en nl 🇳🇱

agree verb

  /əˈɡɹi/ , /əˈɡɹiː/
afspreken, het eens zijn met, instemmen, overeenkomen, overeenstemmen, rijmen
  • grammar: to correspond in gender, number, case, person, etc.
congrueren
  • to resemble, coincide, correspond
overeenstemmen

agreed

top

agreed interjection

  /əˈɡɹid/ , /əˈɡɹiːd/
  • interjection that expresses agreement
oké

🇳🇱 nl en 🇬🇧

Wiktionary Links