agreement – English–Nederlands translations
🇬🇧 en nl 🇳🇱
agreement noun
/əˈɡɹiːmənt/
|
|
|---|---|
| overeenkomst, overeenstemming, afspraak, contract, congruentie, goedkeuring | |
- settlement agreement
- schikking, transactie
- in agreement
- eens
- gentleman's agreement
- herenakkoord, stilzwijgende overeenkomst
- trade agreement
- handelsakkoord
- agreement in principle
- princiepsakkoord, principeakkoord
- works agreement
- ondernemingsovereenkomst
- come to an agreement
- accorderen
- purchase agreement
- koopcontract
- purchase-agreement
- koopakte
🇳🇱 nl en 🇬🇧
Wiktionary Links
- English: agreement