anker – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

anker noun

  • 1. onderdeel van een vaartuig
anchor
  • 6. onderdeel van een elektromotor/dynamo
rotor, anchor
  • 2. muuranker
anchor plate, wall washer
  • 5. poolstuk van magneet
keeper
  • 3. onderdeel van een uurwerk
pallet fork, anchor
Wiktionary Links