balans – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

balans noun

  • 1. evenwicht
  • 2. een meetapparaat met twee armen (bedoeld om het verschil te kunnen meten)
  • 3. (economie) een volledige opsomming van de waarde van alle bezit en alle tegoeden en ...
balance

🇬🇧 en nl 🇳🇱

balanitis noun

  /ˌbæl.əˈnaɪ.tɪs/
  • inflammation of glans penis
balanitis, eikelontsteking
Wiktionary Links