bende – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

bende noun

  /ˈbɛn.də/
  • 1. een informeel georganiseerde groep mensen, meestal met kwade of misdadige motieven
gang

🇬🇧 en nl 🇳🇱

bend verb

  /bɛnd/ , /bɪnd/
  • to become curved
buigen, plooien
  • to change direction
afbuigen, buigen, draaien, gaan
  • to tie a line
bevestigen, knopen, vastmaken
  • to swing the body when rowing
buigen
  • to change the pitch
buigen, corrigeren
  • to force to submit
onderwerpen

bend noun

  /bɛnd/ , /bɪnd/
  • heraldry: one of the ordinaries
schuinbalk
  • curve
bocht
  • knot
verbindingsknoop

bending

vouwing

bending adjective

  /ˈbɛndɪŋ/
  • motion or action
flexie
Wiktionary Links