bouwsteiger – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

bouw noun

  /bɑu̯/
  • 1. het doen verrijzen van een gebouw
construction
  • 5. de aanbouw, het telen (van gewassen)
culture

🇳🇱 nl en 🇬🇧

steiger noun

  • 2. werkvloerconstructie in de bouw
scaffolding
  • 1. aanleggelegenheid
jetty
Wiktionary Links