Nederlands English
drie
  • 1. het cijfer 3
three /θɹiː/, /fɹiː/
drie
  • 1. telwoord
three
drie-eenheid trinity /ˈtɹɪnɪti/
een-twee-drie
  • 1. in vlotte stappen achter elkaar uitgevoerd
one-two-three
drie koningen Magi /ˈmeɪdʒaɪ/
Wiktionary Links