duiken
verb
/ˈdœy̯kə(n)/
|
- 2.in het water springen zodat de armen eerst het water in gaan
- 1. het zich onder water voortbewegen (van bijvoorbeeld duikboten) of zwemmen (van mensen)
- 3. snel naar beneden gaan
|
dive
|
- 4. snel verbergen of ontwijken
|
dive,
duck
|