essentie – English–Nederlands translations

🇬🇧 en nl 🇳🇱

essential adjective

  /əˈsɛn.tʃəl/ , /ɪˈsɛn.ʃəl/
  • of high importance
belangrijk, essentieel, onontbeerlijk, wezenlijk
  • necessary
essentieel, onmisbaar, nodig, noodzakelijk, onontbeerlijk, wezenlijk
  • in basic form
essentieel, wezenlijk, echt, werkelijk

essential noun

  /əˈsɛn.tʃəl/ , /ɪˈsɛn.ʃəl/
  • fundamental ingredient
essentieel

essentially adverb

  /ɪˈsɛnʃəli/
  • essentially
essentieel

essentialism noun

  • view that objects have properties that are essential to them
hokjesdenken

🇳🇱 nl en 🇬🇧

essentie noun

  • 1. het meeste belangrijke
esencia, essence
Wiktionary Links