grens – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

grens noun

  • 2. de raaklijn tussen twee landen
border, boundary
  • 1. een al dan niet denkbeeldige scheidingslijn
border, frontier, limit
  • 3. uiterste mate (bijv. waarin men zich iets kan veroorloven)
limit
Wiktionary Links