hap – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

hap noun

  • 1. voedsel of iets anders dat je door het openen en sluiten van je lippen in je mond krijgt
bite, mouthful, morsel

🇬🇧 en nl 🇳🇱

hap noun

  /hæp/
  • luck, fortune, fate
geluk
Wiktionary Links