hij – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

hij personalPronoun

  /hɛɪ̯/ , /ɦɛɪ̯/ , /ɦɛː/
  • mannelijk derde persoon enkelvoud nominatief dat men gebruikt voor verwijzingen naar mannelijke personen of mannelijke zelfstandige naamwoorden
he
Wiktionary Links
  • Nederlands: hij