hobo – English–Nederlands translations

🇬🇧 en nl 🇳🇱

hobo noun

  /ˈhoʊ.boʊ/ , /ˈhəʉ.bəʉ/ , /ˈhəʊ.bəʊ/
  • homeless person
dakloze, zwerver, landloper, vagebond
  • tramp, vagabond; bum
leegloper, vagebond

🇳🇱 nl en 🇬🇧

hobo noun

  • 1. orkestinstrument, behoort tot de houtblazers, het wordt met een dubbelriet aangeblazen
oboe
Wiktionary Links