kaak – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

kaak noun

  • 1. deel van schedel waarin tanden en kiezen zitten
jaw
  • 2. een wang
cheek
  • 3. een houten of stenen podest, waarop de te straffen misdadigers tentoon werden gesteld
pillory
Wiktionary Links