kroon – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

kroon noun

  • 1. hoofddeksel dat door een vorst gedragen wordt
crown, krona
  • 7. een lichtbron bestaande uit een krans van lichtbronnen
chandelier

kroon-

crown

🇬🇧 en nl 🇳🇱

kroon noun

  /kɹəʊn/
  • currency of Estonia
kruis
Wiktionary Links