🇬🇧 en nl 🇳🇱
leader noun
/ˈli.dɚ/
,
/ˈliː.də(ɹ)/
,
[ˈli.ɾɚ]
|
|
|---|---|
|
leider, aanvoerder, aanvoerster, leidster |
leaders |
|
|---|---|
| voorspan | |
- party leader
- partijleider, partijvoorzitter
- leader of the opposition
- oppositieleider, oppositieleidster
- opinion leader
- spraakmaker
- Supreme Leader
- hoogste leider
- thought leader
- geestelijk leider
- competition leader
- wedstrijdleider
- contest leader
- wedstrijdleider
- match leader
- wedstrijdleider
- leader of chorus
- koorleider