🇳🇱 nl en 🇬🇧
leren verb
/ˈleːrə/
,
/ˈlɪːrə/
|
|
|---|---|
|
learn, teach |
|
learn |
- uit het hoofd leren
- memorize
- de tijd zal 't leren
- time will tell
- de tijd zal het leren
- time will tell
- leren kennen
- get to know
- de praktijk zal het leren
- the proof of the pudding is in the eating
- mores leren
- teach someone a lesson
- iemand die men heeft leren appreciëren
- acquired taste
- iets wat men heeft leren appreciëren
- acquired taste
Wiktionary Links
- Nederlands: leren