lessen – English–Nederlands translations

🇬🇧 en nl 🇳🇱

lessen verb

  /lɛsˈsɛn/ , /ˈlɛsən/
  • to make less
verminderen, afzwakken, korten, vergoelijken, verkleinen, verzachten
  • to become less
afnemen, slinken, verminderen

🇳🇱 nl en 🇬🇧

lessen verb

  /ˈlɛsə(n)/
  • 1. met vocht de dorst beëindigen
quench, slake
Wiktionary Links