lijk – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

lijk noun

  • 1. dood lichaam
corpse, cadaver, dead body

-lijk suffix

  • 1. het hebben van de karakteristieken (bv. kinderlijk)
  • 3. toevoeging om van een werkwoord of zelfstandig naamwoord een bijvoeglijk naamwoord te maken (bv. gevaarlijk)
-able, -al, -like, -ous
Wiktionary Links