loper – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

loper noun

  • 4. schaakstuk dat zich slechts diagonaal verplaatsen mag
bishop
  • 2. sleutel waarmee een hele serie verschillende sloten geopend kan worden
master key, skeleton key
  • 1. iemand die loopt
courier
  • 8. bovenste, ronddraaiende molensteen
runner
Wiktionary Links