made – English–Nederlands translations
🇳🇱 nl en 🇬🇧
made noun |
|
|---|---|
|
maggot, grub |
|
meadow |
🇬🇧 en nl 🇳🇱
- self-made
- zelfgemaakt
- custom-made
- aangepast, op maat
- made in China
- gemaakt in China, geproduceerd in China, vervaardigd in China
- man-made
- door mensenhanden gemaakt, kunstmatig
- tailor-made
- maat-, op maat (gemaakt)
- ready-made
- kant en klaar
- almsgiving never made any man poor
- aalmoezen geven verarmt niet
- garment made from oiled fabric
- oliepak
- person made of rubber
- slangenmens
- country-made ham
- boerenham