needful – English–Nederlands translations

🇬🇧 en nl 🇳🇱

need noun

  /nid/ , /niːd/ , [nɪi̯d]
  • something required
behoefte
  • lack of means of subsistence
nood

need verb

  /nid/ , /niːd/ , [nɪi̯d]
nodig hebben, vereisen, behoeven, benodigen, nodig zijn
  • to be obliged to
moeten, nodig hebben
  • to want strongly
moeten hebben, nodig hebben

needful

nodig
Wiktionary Links