overweg – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

overweg adverb

  /'ovərʋɛx/ , /ovər'ʋɛx/
  • 1. goed kunnen opschieten met iemand
along

overweg noun

  /'ovərʋɛx/ , /ovər'ʋɛx/
  • 1. een kruising van een weg met een spoorbaan
railroad crossing
Wiktionary Links