paar – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

paar noun

  /paːr/
  • 1. twee van een soort die bij elkaar horen
pair
  • 2. twee geliefden die een relatie hebben
couple

paar indefinitePronoun

  /paːr/
  • 1. meerdere, maar niet heel veel
couple, few
Wiktionary Links