plukken – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

plukken verb

  /'plɵkə(n)/
  • 1. (bloemen) afbreken of oogsten
  • 4. (sport) een door de lucht vliegende bal grijpen
pick, pluck
  • 2. ontdoen van de veren
pluck, deplume
  • 3. iemand geld afzetten
plunder
Wiktionary Links