praktijk – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

praktijk noun

  /prɑkˈtɛɪ̯k/ , /prɑkˈtɛːk/
  • 2. hoe dingen werkelijk gaan...
  • 4. gewoonte(n), manier van doen
  • 1. ruimte waarin een arts zijn beroep uitoefent
practice
Wiktionary Links