pram – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

pram noun

  • 1. elk van de borsten van een zogende vrouw
  • 2. de vrouwenborst in het algemeen
breast
  • 3. de uier van een zoogdier
udder

🇬🇧 en nl 🇳🇱

pram noun

  /pɹæm/
  • perambulator
kinderwagen
Wiktionary Links