reiziger
noun
/ˈrɛɪzəɣər/
|
- iemand die gewoon is reizen te maken
- iemand uit een familie die rondreist en zijn geld verdient op evenementen ter vermaak van mensen, bv een lid van een circus of een kermisexploitant; ook wel woonwagenbewoner.
|
traveller,
traveler
|