riem – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

riem noun

  /rim/
  • 1. een band van leer of een ander materiaal
belt
  • 2. steel met een bladvormig uiteinde, bedoeld om een vaartuig voort te bewegen
oar
  • 3. hoeveelheid papier voor het drukken van 20 boeken, eerst 480 later 500 vellen
ream
Wiktionary Links