rijk – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

rijk adjective

  /rɛɪ̯k/ , /rɛːk/
  • 1. veel geld en/of eigendommen hebbend
rich, wealthy

rijk noun

  /rɛɪ̯k/ , /rɛːk/
  • 1. een staat of natie onder een vorst of heerser
realm, empire

Rijk

Reich
Wiktionary Links