ruit – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

ruit noun

  • 2. een vierhoek waarvan de zijden gelijk in lengte zijn
rhombus, lozenge
  • 5. figuur uit een kaartspel
diamond
  • 1. een glazen plaat in een venster
windowpane
Wiktionary Links
  • ελληνικά: Ruit
  • Nederlands: ruit