schaal – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

schaal noun

  • 2. buitenkant van een ei of vrucht
shell
  • 1. voorwerp waar men iets kan inleggen
plate, platter
  • 3. verhouding van de grootte tussen een model en een echt voorwerp
  • 4. bepaalde ijking op een grafiek, as of eenheid
scale
Wiktionary Links