Nederlands English
schaar
  • 1. gereedschap waarbij een tweetal langs elkaar snijdende messen een rechte of strakke snede maakt
scissors /ˈsɪzɚz/, /ˈsɪzəz/
pair of scissors
schaar
  • 2. de voorste ledematen van een kreeft of krab
claw /klɔ/, /klɔː/, /klɑ/
blad-steen-schaar rock paper scissors
steen, papier, schaar rock paper scissors
Wiktionary Links