slak – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

slak noun

  • 1. een buikpotig weekdier (huisjesslak)
snail, escargot
  • 2. een onoplosbaar afvalproduct bij het smelten van metaal
slag
  • 1. een buikpotig weekdier (wijngaardslak)
snail
Wiktionary Links