Nederlands English
spijker
  • 1. een metalen pin waarmee twee voorwerpen door doorboring vast verbonden kunnen worden
nail /neɪl/
spijker
  • 4. (uitdrukking) ± Spijkers op laag water zoeken.
seek a knot in a bulrush
split hairs.
spijker
  • 3. (uitdrukking) ± Spijkers met koppen slaan.
cut to the chase.
get down to business.
get to the point.
spijker
  • 2. (uitdrukking) ± De spijker op de kop slaan.
hit the nail on the head.
de spijker op de kop slaan hit the nail on the head
Wiktionary Links