staking – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

staking noun

  /'stakɪŋ/
  • 1. het neerleggen van de werkzaamheden, meest uit protest of om verbeteringen af te dwingen
strike

🇬🇧 en nl 🇳🇱

stake noun

  /steɪk/
  • pointed long and slender piece of wood etc.
staak, paal
  • share or interest in a business
aandeel
  • Mormonism: territorial division
ring
Wiktionary Links