stranger – English–Nederlands translations

🇬🇧 en nl 🇳🇱

strange adjective

  /stɹeɪnd͡ʒ/ , [ʃtɹeɪnd͡ʒ]
vreemd, onbekend, raar
  • belonging to another country, foreign
vreemd, buitenlands, uitheems
  • in quantum mechanics
vreemd, strange

stranger noun

  /ˈstɹeɪnd͡ʒə(ɹ)/ , /ˈstɹeɪnd͡ʒɚ/
  • outsider or foreigner
vreemdeling, buitenlander, buitenlandse, vreemdelinge
  • person whom one does not know
vreemde, vreemdeling, vreemdelinge
buitenstaander, vreemdeling
Wiktionary Links