sturen – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

sturen verb

  /'styːrə(n)/
  • 2. het stuur van een auto bedienen.
drive, be at the wheel
  • 6. [een persoon] ergens heen doen gaan
send, post
  • 5. zorgen dat [een toestel] de gewenste taken uitvoert.
operate
  • 1. de richting bepalen waarin een schip zich voortbeweegt.
  • 3. de instructies van een roer of stuur opvolgen.
  • 4. de richting bepalen waarin [een voertuig] zich voortbeweegt.
steer
Wiktionary Links