tol – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

tol noun

  /tɔl/
  • 3. plaats waar men slechts tegen betaling mag passeren
  • 4. geld dat men bij een tol geheven wordt
toll
  • 1. om zijn as draaiend voorwerp
  • 2. kinderspeeltuig
top
Wiktionary Links