trog – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

trog noun

  • 1. een langgerekte voederbak.
  • 3. een langgerekte uitstulping van een lagedrukgebied.
trough
  • 2. een langgerekte, nauwe en diepe kloof in de zeebodem veroorzaakt door subductie van een tektonische plaat.
trench
Wiktionary Links