troonrede – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

troon noun

  /troːn/
  • 1. zetel waar een vorst op zit tijdens formele plechtigheden
throne

🇳🇱 nl en 🇬🇧

rede noun

  • 3. een ankerplaats buitengaats
roadstead, anchorage
  • 2. een formele toespraak
speech, address
reason
Wiktionary Links