🇳🇱 nl en 🇬🇧

trouw adjective

  /trʌʊ/
  • van iets of iemand dat men er altijd op kan vertrouwen
faithful, loyal

trouw noun

  /trʌʊ/
  • huwelijk en de uitsluitende gerichtheid op de partner in een huwelijk of vaste relatie
loyalty, fidelity, allegiance, adherence
Wiktionary Links