veer – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

veer noun

  /veːr/ , /vɪːr/
  • 2. mechanische tong of spiraal waarop door buiging spanning gezet kan worden
spring
  • 1. lichaamsbedekking van een vogel
feather

veer noun

  /veːr/ , /vɪːr/
  • 1. boot of schip toegewijd aan het onderhouden van een regelmatige verbinding over een rivier of een ander water
ferry

🇬🇧 en nl 🇳🇱

veer verb

  /vɪ(ə)ɹ/ , /vɪə̯/
  • to change direction or course suddenly
keren
  • to change direction into the wind
  • transitive: to turn
overstag gaan
  • of wind: to shift in a clockwise direction
tellen

veer

vieren
Wiktionary Links