winnen – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

winnen verb

  /ˈwɪnə(n)/ , /ˈʋɪnə(n)/ , /ˈβ̞ɪnə(n)/
  • 1. als beste partij uit een wedstrijd komen
  • 2. iets verkrijgen voor een goede prestatie bij een wedstrijd
win
  • 3. een grondstof uit de natuur halen
extract
Wiktionary Links