woord – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

woord noun

  /ʋoːrt/ , /ˈʋʊːrt/ , /ˈβoːrd/ , /ˈβoːrt/
  • 1. spraakklank of betekeniseenheid die bestaat uit minimaal één vrij morfeem en minimaal nul gebonden morfemen
  • 3. het woord van god of de inhoud van de bijbel
  • 2. belofte
  • 4. de natuurlijke eenheid van informatie voor een bepaalde computerarchitectuur
word

woord noun

  /ʋoːrt/ , /ˈʋʊːrt/ , /ˈβoːrd/ , /ˈβoːrt/
  • 1. mannetjeseend
drake

Woord

Word
Wiktionary Links